Kinderen met hypodontie worden behandeld door een specialistisch team in het UMC Utrecht (WKZ). Tijdens het eerste consult praat de specialist uitgebreid met u en uw kind. Ook laat hij röntgenfoto’s maken van het gebit van uw kind en hij doet een mondonderzoek. Zo stelt de specialist de aard en de ernst van de aandoening vast. Het onderzoek bestaat uit:
Gesprek over ziektegeschiedenis (anamnese)
Tijdens een anamnese brengt de arts de ziektegeschiedenis van uw kind in kaart. Ook vraagt hij naar de klachten en wensen van uw kind zodat hij de behandelbehoefte kan bepalen.
Gesprek over uw familie (familie anamnese)
In de familie anamnese onderzoekt de arts of er misschien sprake is van een erfelijke aandoening.
Lichamelijk onderzoek
Tijdens het lichamelijk onderzoek kijkt de arts met een spiegeltje in de mond van uw kind. Verder bekijkt hij uiterlijke kenmerken van uw kind, die misschien verband kunnen hebben met een syndroom.
Aanvullend onderzoek
Tijdens het eerste consult heeft de arts altijd röntgenfoto’s nodig om te zien hoe het gebit van uw kind eruit ziet. Als de tandarts of orthodontist nog geen röntgenfoto’s gemaakt heeft en met de verwijzing meegestuurd heeft, dan worden er nieuwe röntgenfoto’s gemaakt op de polikliniek. Soms worden er andere gegevens verzameld, zoals afdrukken van het gebit of lichtfoto’s door de fotograaf (2D en 3D foto’s).
Beleid
Na het onderzoek geeft de arts u direct gerichte uitleg over de aandoening van uw kind en over de behandelmogelijkheden. Meestal is daarna verder onderzoek en interdisciplinair overleg nodig om een persoonlijk behandeltraject voor uw kind op te stellen. In sommige gevallen schakelt de arts een klinisch geneticus in om erachter te komen of uw kind op zichzelf staande hypodontie heeft of als onderdeel van een syndroom. Ook kan een klinisch geneticus meer informatie geven over de erfelijkheid.